De afgelopen drie weken heb ik zo’n 35 keer gehoord of gelezen dat verlies “een plekje moet krijgen”. Kippenvel geeft die term me. Er is niets zo vaag als iets ‘een plekje geven’. Hoe doe je dat, wanneer, waarom en vooral ook WAAR ZET JE HET DAN NEER? Het zijn allemaal vragen waar deze spreuk geen antwoord op geeft, en waar de 35 blogs of verhalen geen antwoord op gaven.

Uit de grond van mijn hart hoop ik dat we kunnen stoppen met dit soort trommels vol kletskoek te serveren.

Er is niet zoiets als verlies een plekje geven. Het is onmogelijk om dat gevoel ergens op te bergen. En zelfs als dat wel zou kunnen, moet je het niet willen.
We kennen allemaal de geur van dat vergeten pakje brood in de schooltas. Dat ruikt op zijn zachtst gezegd niet lekker. Zo werkt dat met rouw ook. Rouw moet je niet op willen bergen, dat gaat stinken.

Stinken betekent in dit geval dat de kans op een trauma enorm toeneemt.

En hoe geef je eigenlijk een plek aan het feit dat je vader zich gesuïcideerd heeft, of oma ineens dood in bed lag? Dat is niet iets dat even aan de kant gezet kan worden.

Ik pleit er dan ook voor dat we de uitdrukking ‘iets een plekje geven’ per vandaag in de ban gaat.

Ik geloof veel meer dat na een gebeurtenis er een periode van bewustwording is, waarin de oude persoonlijkheid (die zonder de ervaring van deze gebeurtenis) ‘verdwijnt’, en na het afscheid van die persoonlijkheid er aan een nieuwe persoonlijkheid kan worden gewerkt. De persoonlijkheid waarin die gebeurtenis is omarmd. Los van of de gebeurtenis vervelend of juist heel positief is, verandert iedere impactgebeurtenis het zijn van de persoon.

Dus laten we het inderdaad een plekje geven. In de prullenbak. En dan gaan we daarna met zijn allen er écht voor de ander zijn.