Deze week had ik er weer een. Zo’n lieve dame die – nu haar vader terminaal lag – de kinderen wilde voorbereiden op het sterven van opa. Dit was zo’n beetje de eerste vraag die ze stelde. En dat was niet voor het eerst, dat me die vraag werd gesteld. Ik heb echt een haat-liefde verhouding met die vraag. Enerzijds houd ik van de mensen die deze vraag stellen, omdat ze zo bezig zijn met het beste voor hun kind te bereiken. Anderzijds haat ik de vraag. Progressie voor perfectie! Oftewel, ik ben al blij dát je iets onderneemt met je kind. Zolang er geen kletspraat verkocht wordt, ben je al goed bezig.

Toch blijft het een reële angst. De angst dat je iets niet goed doet. De angst die je voelde op het moment dat je vroeger voor de klas een som uit moest leggen, je spreekbeurt moest houden of toen je je eindpresentatie voor je opleiding moest geven, blijft je altijd nabij. Je wilt het GOED doen. Dus het is niet gek dat je deze vraag stelt.

En mijn antwoord blijft altijd gelijk:

  1. Kom in actie!

Misschien denk je wel eens: zolang ik niets doe, kun ik ook niets fout doen. Helaas, zo simpel werkt het niet. Het is juist de andere kant op: als je niks doet, weet je zeker dat je het niet goed doet. Dus ga VANDAAG nog actie ondernemen.

  1. Wees eerlijk

We willen kinderen beschermen tegen de harde kanten van het ware leven. En dat is een normaal proces; ieder wezen beschermt zijn nakomelingen tegen lastige dingen. Maar, wij mensen hebben iets, dat andere diersoorten niet hebben: fantasie. Hoe naar dat is? Wel, laat me een verhaal met je delen: het kind dat heftig overtuigd was, dat oma met kist en al na afloop van de afscheidsdienst, naar de parkeerplaats zou worden gereden, om daar bij de bosjes aangestoken te worden. Zo stookte hij zelf namelijk ook wel eens een vuurtje, stiekem achter de bosjes, met een aansteker…

  1. Vraag

Je kunt dit woord tweeledig opvatten: Enerzijds mag JIJ je vragen stellen aan de experts die je kent, maar anderzijds geldt misschien nog meer; vraag aan je kind hoe hij denkt dat het allemaal zal gaan. Daarvandaan kun je altijd met elkaar in gesprek over wat het kind heeft bedacht  en hoe het in het echt gaat.

  1. Wees zeker

We hebben niks aan verhaaltjes die je verzint, omdat je nu eenmaal een antwoord wilt geven. Het antwoord “ik weet dat niet” is een prima antwoord. In deze tijd is google je beste vriend. Als je iets niet (zeker) weet, kun je het opzoeken. En de informatie die je niet kunt vinden, kun je via andere kanalen wel verkrijgen.